Onder één Dak: hoe je ondanks alles toch opvang kunt bieden

11 december 2020

Kinderdagcentrum Onder één Dak biedt opvang aan kinderen met een forse ontwikkelingsachterstand. En toen kwam er corona.

Wat doe je wanneer je met kwetsbare, jonge kinderen werkt en iemand van de collega’s raakt besmet met het coronavirus?  Bij de Rode Ster, wisten ze het wel: we starten een quarantainegroep.

De Rode Ster is een groep voor kinderen van 4 tot 10 jaar met een forse ontwikkelingsachterstand binnen Kinderdagcentrum Onder één Dak in Amersfoort. Toen één van de medewerkers ruim een maand geleden corona kreeg, was de keus snel gemaakt, zegt coördinerend begeleider Kristy Blotenburg. “Je wilt de gezondheid van de kinderen natuurlijk niet in gevaar brengen. Anderhalve meter afstand van elkaar houden in een groep met negen kinderen en drie begeleiders is onhaalbaar. Daarom besloten we dicht te gaan.”  

Ze wisten dat die beslissing voor een aantal ouders een zware dobber was. “De opvang valt opeens weg en we wisten dat sommige ouders dat moeilijk konden bolwerken. Dat bracht ons op het idee een quarantainegroep voor een aantal kinderen te openen.”

Aandacht en ruimte

Even werd overwogen twee begeleiders in te zetten. “Maar stel dat iemand, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, toch gezondheidsklachten zou krijgen. We wilden het besmettingsgevaar zo klein mogelijk houden. En de kinderen kregen ook met één begeleider alle aandacht en ruimte.”

Kristy zelf stond niet op de quarantainegroep, maar deed het organisatorische werk. “Voor mijn collega’s was het best ingewikkeld. Ze mochten de groep niet af, hadden totaal geen contact met anderen en moesten werken met handschoenen en mondkapjes. En ze gebruikten zelfs het kinderwc’tje op de groep, wat best onhandig is.”
Voor de kinderen zelf was het ook wennen. “Het is belangrijk dat ze je gezichtsuitdrukking zien, maar met een mondkapje lukt dat niet. Dat vinden ze dus niet fijn, maar het was de enige mogelijkheid om ze toch opvang te kunnen bieden.”

Na een week was het besmettingsgevaar geweken en waren ook de andere kinderen weer welkom bij de Rode Ster. Maar daarmee waren de beperkingen voor het hele kinderdagverblijf nog niet voorbij. “We proberen op alle manieren drukte te voorkomen. Bij het brengen en halen van de kinderen, de drukste momenten van de dag, mogen ouders bijvoorbeeld niet meer mee naar binnen.  En wij gaan niet naar buiten om even te helpen met in of uit de auto of de bus stappen.”

Moeder met zoontje

Dat leidt soms tot heftige situaties. Kristy noemt het voorbeeld van een moeder met een zoontje die voor het eerst naar de Rode Ster kwamen. “Die moeder had dus geen enkel idee waar haar zoontje terecht kwam, probeer je dat eens voor te stellen. Toen heb ik haar toch even de groep laten zien. Misschien niet volgens de regels, maar ik vond gewoon dat dat moest.”   

Maar ook voor medewerkers valt het niet altijd mee. In de hallen van het gebouw moeten ze mondkapjes dragen, in kleinere ruimtes mag er maar één persoon tegelijk zijn en vergaderen gebeurt digitaal met Teams. “Niet ideaal, maar wel een manier om toch contact met collega’s te hebben.”

De activiteiten voor de kinderen gaan zoveel mogelijk door. Dat lukt vrij aardig, ondanks dat de therapeuten minder zijn gaan werken om drukte tegen te gaan. ‘Bewegen op muziek’ is een belangrijke activiteit waarbij de kinderen met begeleiding van twee therapeuten hun lichaam leren ervaren. Dat ging vanwege corona niet door, maar zetten we nu weer in. Ze gebruiken nu wel de gymzaal, want daar is meer ruimte.”

Ouders ‘bijpraten’

Voor het ‘bijpraten’ van ouders organiseerde Onder één Dak een online bijeenkomst. Aan deze eerste digitale ouderavond, georganiseerd door de verwantenraad, deden ruim 45 ouders mee. “Ja, de opkomst was heel groot. Ouders zijn volgens mij niet ongerust over de zorg die wij geven met alle coronabeperkingen, wel heel betrokken. Ze gaven aan dat we af en toe best eens een begeleider extra in het zonnetje mogen zetten omdat iedereen zo geweldig zijn best doet.”  
Kristy zelf was tot oktober met zwangerschapsverlof en kreeg na haar terugkeer direct te maken met de invloed van corona. “Het is soms improviseren, bijvoorbeeld met het maken van roosters. Een enkele keer moet ik een therapeut vragen om een groep te draaien omdat er te weinig medewerkers zijn. Dat kan gelukkig. Iedereen is flexibel en wil een steentje bijdragen.”

En de eerste keer dat ze weer zelf weer op de groep stond? Kristy lacht. “Het leek wel of corona helemaal niet speelde, je kan je helemaal op de kinderen concentreren. Maar zodra je de deur van de groep achter je sluit, gaat gelijk het mondkapje weer op. Ik hoop echt dat dit niet lang meer duurt.”