Geestelijke verzorging als rommelzorg met een grote R

07 november 2019

Symposium Geef mij je hand: over de ontmoeting tussen de wereld van geestelijk verzorgers en van gedragswetenschappers.

Orthopedagogen en geestelijk verzorgers in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking komen elkaar regelmatig tegen. Beide professionals zien het als onderdeel van hun taak om cliënten, begeleiders en verwanten te ondersteunen. Wat hebben de twee professies gemeen en wat is juist het eigene van de verschillende vakgebieden?

Op 28 oktober kwamen zo’n 100 geestelijk verzorgers en orthopedagogen in Soesterberg samen om over deze vragen na te denken. Omringd door de prachtige muurschilderingen van de Ceciliakapel luisterden de aanwezigen naar twee lezingen. Kitlyn Tjin A Djie overrompelde de zaal met haar energie en verhalen over het belang van de persoonlijke en familiale historie. Adem Köse, bedachtzaam en bevlogen, deelde met zijn collega's in de zaal zijn inzichten over de verschillen èn overeenkomsten in referentiekaders van hulpverleners en patiënten.

Ada Hollenberg, ervaringsdeskundige en moeder van Walter, vertelde haar verhaal. Ze beroerde iedereen met haar eerlijke en persoonlijke verhaal over haar gezin. VGN voorzitter Boris van der Ham kon als geen ander met woorden toveren en riep op tot meer ruimte voor ‘rommelzorg met een grote R’: niet protocollair maar Socratisch. Vervolgens gingen alle sprekers met elkaar in gesprek. De middag werd afgesloten met een bijdrage van Theater Totaal.

Het was een mooie middag vol ontmoetingen!

Lees onder de foto's een uitgebreider verslag van het symposium.

 

Opening door Paul Willems – bestuurder Amerpoort

Paul Willems, bestuurder van Amerpoort heette alle aanwezigen welkom. Hij verwees naar de ondertitel van het symposium: Geef mij je hand. Dit is de titel van een boek wat geestelijk verzorger Annemieke Kappert en orthopedagoog Matthijs Heijstek schreven en wat in april is verschenen. Annemieke Kappert, die dagvoorzitter was, vertelde dat Matthijs en zij tijdens het schrijven van dit boek elkaar hadden meegenomen naar studiedagen van Reliëf en het NVO, respectievelijk bijeenkomsten voor geestelijke verzorgers en van de beroepsvereniging van orthopedagogen. Op die manier hadden ze een beeld kunnen vormen van elkaars wereld. Op dit gezamenlijke symposium is de eerste spreker uit de ‘wereld van de orthopedagogen’ en daarna spreekt een geestelijk verzorger.

 

Kitlyn Tjin A Djie – transcultureel therapeut en grondlegger Beschermjassen

De hulpverlener en de cliënt: mensen met elk een eigen familiegeschiedenis

De eerste spreker was Kitlyn Tjin A Djie, auteur van onder andere De Familieziel. Ze begon haar bijdrage met het vertellen van het verhaal van haar eigen familie. Aan de hand hiervan liet ze zien dat verdriet in families door drie generaties heen kan doorwerken. De eerste generatie die het verdriet draagt, de tweede generatie die voor de eerste generatie gaat zorgen en de derde generatie die gaat ontregelen. Dit soort problematiek is alleen maar op te lossen door communicatie tussen de verschillende generaties tot stand te brengen. Kitlyn trok een aantal lijnen naar de praktijk van orthopedagogen en geestelijk verzorgers: “Richt je niet alleen op het kind, vraag altijd of de andere generaties ook mee kunnen komen naar gesprekken. Meerdere generaties? Niet alleen de ouders, maar ook de grootouders?” Ja, Kitlyn gaf aan dat juist het gesprek tussen de eerste en de derde generaties het meest helend is.

De tweede lijn die ze trok was deze: “Uit mijn jarenlange ervaring als opleider van orthopedagogen en therapeuten weet ik dat een groot gedeelte van hen afkomstig is uit dysfunctionele familiesystemen. Zorgen voor anderen zit daarom in hun bloed. Hoe is dat bij geestelijk verzorgers?” was haar vraag aan de zaal… Wellicht niet heel anders en daarom gaf ze als tweede praktische aanwijzing: “Ken je eigen familiegeschiedenis, word je bewust van het verdriet wat je meedraagt en in je werk probeert op te lossen.”


Adem Kose – islamitisch geestelijk verzorger AMC

De hulpverlener en de cliënt: mensen met elk een eigen referentiekader
 

De tweede spreker was Adem Köse. Adem is islamitisch geestelijk verzorger in het AMC en imam. Hij begon zijn verhaal met het kritisch bezien van het thema van het symposium. Er zijn geen twee werelden. Er is één wereld, maar geestelijk verzorgers en orthopedagogen hebben daarin wel een verschillend perspectief. En kunnen daarin ondersteunend zijn aan elkaar. Adem vertelde het verhaal van een islamitische patiënt in de psychiatrie. De behandelaar (psycholoog of orthopedagoog) was er van overtuigd dat deze man waanvoorstellingen had. Hij beweerde immers dat een djinn hem probeerde te bezitten. Deze man was psychotisch, zo oordeelde de behandelaar, en moest van deze waanvoorstelling worden afgeholpen. Adem is als islamitische geestelijk verzorger het gesprek aangegaan met de behandelaar. Djinns zijn onderdeel van de voorstelling van moslims van het geestelijke. Adem zelf gelooft dit ook. Hij vroeg aan de behandelaar: “Maakt het voor de behandeling uit dat u het probleem volgens de DSM (handboek van de psychiatrische stoornissen) beschrijft en dat deze patiënt tegelijkertijd zijn probleem beschrijft als een bezoek van een djinn?” Nee, dat maakte niet uit. Adem wilde met dit voorbeeld aangeven dat iedereen een eigen referentiekader heeft. Niemand is neutraal en geen enkel referentiekader is per definitie superieur ten opzichte van het andere.

Adem riep zijn collega’s ook nog op om de verschillen die er zijn in religieuze referentiekaders te respecteren. Adem werd zelf bijvoorbeeld een keer door een patiënt gevraagd of hij hem de biecht wilde afnemen. De biecht is een christelijk ritueel, dus dat wilde Adem niet uit respect voor het ritueel. Maar tegelijkertijd moeten deze verschillen de menselijke ontmoeting ook niet in de weg staan. We leven tenslotte niet in gescheiden werelden.
 

Ada Hollenberg – moeder van Walter en ervaringsdeskundige

“De dag die ons leven voorgoed zou veranderen”

Na deze twee lezingen was het woord aan ervaringsdeskundige Ada Hollenberg. Ada is de moeder van Walter. Walter heeft een verstandelijke beperking en autisme. Op een eerlijke en ontroerende manier weet zij de zaal te raken. Ze richt haar verhaal aan haar zoon: “Lieve Walter, vandaag is het 7959 dagen geleden dat jij geboren bent, de dag die ons leven voorgoed zou veranderen, maar dat wisten we toen nog niet…” Ze vertelt over het leven van haar als gezin, van de ontmoetingen en de gesprekken met andere mensen, waarin soms erkenning en steun gevonden werd, maar ook waarin er sprake was van vervreemding. Ze beschrijft het moment van uit huis gaan van Walter als de meest ingrijpende dag uit haar leven: “De derde juli van ieder jaar is nog altijd een moeilijke dag. Hoe hard ik mijn best ook doe, ik kom maar niet door de rouwarbeid heen. Als ik denk dat ik op het goede spoor zit, gaat er weer een stukje kwaliteit van leven verloren. Als gezin hebben we heel lang in de ontkenning gezeten, elkaar troostend met holle woorden: “Hij heeft het toch goed daar?” Aan echt rouwen zijn we nooit toegekomen en we zijn er nooit klaar mee.”

Lees in deze blog hoe Ada Hollenberg het symposium zelf heeft ervaren: blog Ada Hollenberg

 

Boris van der Ham – voorzitter VGN

Een oproep tot meer aandacht voor zingeving

Boris van der Ham is voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. In 2017 schreef hij -met een andere pet op, zoals hij zelf zei; namelijk die van voorzitter van het Humanistisch Verbond- een opiniestuk in Trouw, waarin hij opriep om zich in de zorg niet te beperken tot bed, bad en brood of enkel de protocollaire werkwijzen van de medisch georiënteerde behandeling, maar zich in zorg ook te richten op zingeving. Op het symposium legde hij uit waarom hij dat belangrijk vindt.

Hij verhaalde van zijn eerste ontmoetingen bij zijn aantreden bij de VGN. Het viel hem om dat alles uiteindelijk draaide om zingeving. ”Als ik met mensen met een beperking spreek of met hun verwanten, komt het altijd neer op die vraag: wat is mijn leven waard?”

Hij brak daarom een lans voor meer aanwezigheid van geestelijk verzorgers in de zorg. Hij riep ook de andere professionals (bijvoorbeeld orthopedagogen) op om zich los te scheuren van de protocollen en consulten. De aandacht voor zingeving moet niet op aanvraag zijn. “Je vraagt niet om een consult geestelijke verzorging. Meer aandacht voor liefde, voor dood, voor verlies moet vanzelfsprekend zijn. Niet op aanvraag, maar in zorg die er gewoon is.”

Boris van der Ham: “Sommige noemen dat ‘rommelzorg’. Ik noem dat liever iets als ‘socratische aanwezigheid’. Iemand die op andere dingen let dan (medische) zorg. Dat is ongelooflijk belangrijk. Ik zou er voor willen pleiten dat er ook in de gehandicaptenzorg meer aandacht is voor rommelzorg met een hoofdletter R. Met aandacht voor de grote dingen in het leven.” 

 

Paneldiscussie: aanscherpen en verduidelijken

In de paneldiscussie reageerden de sprekers op elkaars bijdragen en gingen ze in op vragen uit de zaal. Zo beantwoordde Adem Köse een vraag uit het publiek of je als hulpverlener wel mocht bidden met iemand met een verstandelijke beperking waar jij woonbegeleider van bent? Iemand die dit zelf niet kan vormgeven en jou als begeleider daarbij vraagt. Kan dat als je zelf niet gelovig bent? Adem stelde vooral dat het niet kunnen uitvoeren van rituelen, niet betekent dat je de vraag dan maar moet negeren. “Volg daarin je eigen hart. Wat kun je wel doen? Luisteren, er zijn, helpen.” Kitlyn Tjin A Djie kwam aan de hand van een aantal vragen nog verder te spreken over het belang van de grootouders. Ze had in de pauze een geestelijk verzorger gesproken die positieve ervaringen had met het in gesprek laten komen van de eerste en de derde generatie. Boris van der Ham wilde op een vraag uit de zaal nog benadrukken dat ‘ademtijd’ zo belangrijk is. “Reflecteren is heel belangrijk voor het werk dat je doet. Als cliënt, als ouder, als medewerker. Reflectie is voor jezelf als persoon maar ook voor je werk heel essentieel.”. Hij riep als bestuurder van de VGN ook de werkgevers in de zorg op om daar tijd voor te bieden. Ada Hollenberg gaf een positief voorbeeld als antwoord op de vraag wat orthopedagogen en geestelijke verzorgers voor haar hadden kunnen betekenen. Ze vertelde van een orthopedagoog die tijdens het uit huis gaan van Walter aan haar had gevraagd hoe het voor haar was. Dit kleine gebaar, een vraag van een mens aan een andere mens, was in die moeilijke tijd een moment van erkenning.
 

Theater Totaal: interpretatie met vier acteurs

De middag werd afgesloten met een optreden van Theater Totaal. Deze theatergroep van mensen met een beperking gaf met vier acteurs hun interpretatie van geestelijke verzorging weer. In de scene werd een jongen geportretteerd wiens hondje was gestorven. Drie mensen kwamen bij hem langs: als eerste een juffrouw met een rouwprotocol die elke keer een vinkje zette als ze iets deed: Hoe gaat het met je? - vinkje bij ‘vragen hoe het gaat’. Daarna kwam er iemand langs die precies vertelde wat de jongen moest voelen en doen, want ‘hij had dit allemaal ook eens meegemaakt toen zijn cavia overleed’. Als laatste kwam er een vriend langs die gewoon naast hem ging zitten en vroeg wat de jongen nodig had. Bij het laatste bezoekje voelde de jongen zich gehoord en gezien in zijn verdriet.

Na afloop konden de verschillende geestelijke verzorgers en orthopedagogen nog doorpraten tijdens een borrel. Want, zoals Annemieke Kappert zei, symposium is een van oorsprong Grieks woord wat letterlijk zoiets betekent als ‘samen drinken’. Het was een mooie middag met veel ontmoetingen.

Wij helpen u graag!

Meer weten over onze diensten of informatie over beschikbare plaatsen? Direct aanmelden? Onze medewerkers staan klaar voor alle (aanstaande) cliënten, hun verwanten en vertegenwoordigers.

Contact & Route