Rouwen en afscheid nemen

Op een verpleegzorglocatie blijft rouwen en afscheid nemen een terugkerend thema. Maar hoe werkt dit dan? Hoe sta je hierin? Hoe bereid je je voor? Helaas, ik heb geen kant en klaar antwoord. Maar misschien is het mooi om jullie mee te nemen naar een paar situaties van afgelopen jaar.

Het gaat al even niet lekker met hem. We krijgen de vinger er niet achter, maar we weten het. Foute boel… De familie en de arts geven de doorslag. Vaste medicatie en behandeling staken en inzetten op pijnmedicatie. Als begeleiders zetten we comfort en welbevinden op de eerste plaats. Dat klinkt altijd gek vind ik. Comfort en welbevinden bij sterven. Ook al werk ik al 20 jaar in de zorg, het blijft een intens proces. Vooral zodra een behandeling wordt gestaakt.

Zoals Brigitte Kaandorp ooit zong: als de wanhoop aan je trekt, met een brok in je keel en een knoop in je maag. Dat gevoel ervaar ik dan altijd weer. Eenvoudiger kan ik het niet uitleggen. Het is een proces van langzaam loslaten, maar ook het moment van al je zintuigen nog meer op scherp zetten. Het respectvolle, het menswaardige, het signaleren van comfort, maar ook van pijn, het betrekken van familie. Je collega’s en stagiaires ondersteunen in hun emoties en het proces. Daarnaast de maximale ondersteuning bieden aan de huisgenootjes en dagbestedingsmaatjes: vanwege hun beperking en kwetsbaarheid is het belangrijk hen zo goed mogelijk te begeleiden en te ondersteunen in dit heftige proces.

Na de woorden van de arts, vraag ik aan mijn stagiaire of zij even mee wil lopen. “Gaat het een beetje?”
“Jawel hoor”, zegt ze. “Mag ik straks de verpleegkundige helpen met het naaldje voor de morfine inbrengen?” vraagt ze voorzichtig.
“Dat kan strakjes”, zeg ik. “Eerst wat belangrijkers, kom maar mee”. Ik haal de voorraadkast ondersteboven. Ik weet het zeker. Yes! Hebbes! Eén Quadrupel van La Trappe! De stagiaire kijkt mij aan of ik zojuist mijn verstand heb verloren. “Maar hij moest toch starten met morfine en we zouden dan geen drinken en eten meer aanbieden omdat hij veel zou gaan slapen?”
“Weet je”, begin ik, “voor hem was het ultieme genietmoment een speciaal biertje drinken en dat zelf inschenken. Dat deed hij jarenlang met een grijns van oor tot oor. Zowel op feestjes, weekenden en samen met zijn broers. Laten we samen met hem dit moment nog één keer ervaren.”

Als wij zijn kamer binnenkomen kijken twee uitgebluste ogen in een ingevallen gezicht op. Zodra hij het biertje ziet beginnen zijn ogen te stralen en om zijn mond speelt een glimlach. Ik stut hem zo comfortabel mogelijk in zijn kussens. Kwetsbaar menneke, het kost hem zichtbaar al zijn energie, maar zijn focus ligt volledig op het flesje en het glas. Zodra hij zit laat ik hem zijn biertje inschenken. Een grote grijns van oor tot oor tekent zijn gezicht. Ik schiet een rits aan foto’s voor zijn broers. We proosten. Hij lacht. Hij drinkt de helft van zijn biertje en geeft aan genoeg te hebben. Zichtbaar ontspannen rolt hij terug in zijn kussens. De glimlach nog steeds op zijn gezicht. Het kenmerkende wrijven in zijn handen, wat hij altijd deed als hij genoot. Ik zet zijn favoriete cd op en loop met de stagiaire de kamer uit, geef haar een knipoog en zeg: “ja, nu kunnen we bellen.”

Bewuster

Dat was een klein voorbeeld in het proces voorafgaand aan overlijden. Ik denk door jaren ervaring, dat ik kan en mag zeggen dat je in deze processen moet groeien en kritisch naar jezelf moet blijven kijken. Ook de tijden veranderen. Waar voorheen een behoorlijk taboe rustte op dood, wordt nu steeds duidelijker dat door dit soort pijn, verlies of rouw te negeren het leven alleen maar ingewikkelder wordt. Het is voor hen die achterblijven (de huisgenootjes en maatjes van de woning) zo belangrijk om in dit proces ‘goed’ te worden meegenomen.

Ik was me 10 jaar geleden echt niet bewust hoe vaak de telefoon ging, hoe vaak een uitvaartondernemer met zijn dragers in zwarte pakken de woning ‘doordenderde’. Hoe vaak we niet kozen voor ‘even makkelijk eten bestellen’. Terwijl basisveiligheid en structuur zo belangrijk zijn.

Tegenwoordig zijn wij op de locatie zoveel bewuster. Vanaf het moment dat de laatste levensfase start, betrekken we de huisgenoten. Er is gelegenheid tot een bakkie op de kamer van degene die in zijn laatste levensfase ligt. Er is ook ruimte om even stiekem om het hoekje te kijken, bij begeleiding je verhaal te doen, te huilen, boos te zijn of gewoon even te voelen aan die arm. Een tekening neerleggen, samen bloemen kopen, want die ruiken zo fijn. Of heel praktisch even de kamer rond kijken of er stiekem wat te kiezen valt als herinnering als diegene er niet meer is. Niks is fout. Ieder heeft zijn eigen wijze om met zijn emoties om te gaan en dat is okee. Wij als begeleiders spelen zo goed mogelijk in op hun emoties en hulpvragen, zodat het dragelijk, begrijpelijk en tastbaar wordt.

Dienst

Na het overlijden volgt een mooie dienst op de woning. Een afscheid voor zijn huisgenoten. Met collega’s zet ik dingen uit en bereid ik muziek voor. Ik leid de diensten op de groep. Met wat kernwoorden op papier doe ik dit op gevoel. Ik kijk wat er komt en speel in op de behoefte van cliënten. Gewoon waardig, gewoon hij of zij ‘in the spotlights’, een vleugje humor en het samenzijn, dat zijn misschien de kern ingrediënten.

Bij de koffie, na de dienst, pakt Rosalie mijn hand. “Mirjam, heb je even?”
Ik pak haar hand. “Wat is er?”
“Nou, zou jij voor mij ook zo’n mooie dienst willen maken als ik doodga? Wil jij over mij vertellen? Zowel hier als echt bij mijn crematie? Jij kent mij zo goed. Ik zou dat heel graag willen.”
“Nou Roos, dat wil ik heel graag voor jou doen, maar ik hoop dat je nog heeeeeel lang blijft.”
“Nou ik ook hoor”, lacht ze.
We geven elkaar een high five en een dikke knuffel, als bezegeling van onze afspraak. Met op dat moment de totale onwetendheid dat nog geen half jaar later haar afscheid al aan de beurt zal zijn.

Ik willig mijn belofte met liefde in. Een dinsdagochtend. De woonkamer richten we sfeervol in. Iedereen die erbij wil zijn neemt plek in een grote ronde kring. Het is druk! Haar zusjes en haar moeder zijn er ook bij en maatjes van de dagbesteding sluiten aan. Ook oud-medewerkers komen de dienst bijwonen. Wat een mooie opkomst en wat zou ze het prachtig vinden om zo in de belangstelling te staan, bedenk ik mij.

Roos ligt op haar kamer. De kist is nog open en een ieder die nog een laatste knuffel wil brengen kan dit nu nog doen. Daarna zullen haar zusjes en moeder de kist sluiten. Ik orden nog even alle spullen op de gedenktafel midden in de kring. Spullen die onlosmakelijk verbonden zijn met Roos en waar de huisgenootjes eenvoudig Roos mee kunnen associëren.

Muziek

Als iedereen zit start ik de muziek. Roos haar muziek. ‘May we always be together’ van BZN schalt uit de speaker Het was het nummer wat ik 5 uur voor de dienst nog heb toegevoegd. En letterlijk een schot in de Roos. Er vloeien tranen, maar met een glimlach. Er wordt heen en weer gewiegd, de schaterlach van een mede-cliënt komt er bovenuit. In een andere hoek zie ik een cliënt lekker rond gaan lopen met haar vingers in de lucht, wat voor haar ‘feest’ betekent.  Alles is gewoon goed. Ieder op zijn eigen wijze met zijn eigen gevoel.

Ik vertel waarom we bij elkaar zijn en probeer in mijn verhaal zoveel mogelijk de huisgenoten te betrekken. We steken kaarsjes aan, zingen met elkaar en zetten Roos op deze manier in het licht bij haar grote mooie foto. Vervolgens delen we muziekinstrumenten uit. En zetten de speaker voluit met ‘Mon amour’ van BZN. We maken muziek voor Roos. We zingen, we dansen, we slaan op de trommels en denken aan Roos.

Door middel van alle spulletjes die op de tafel liggen, praten we over Roos. Er komt een mooie interactie op gang. Bruisballen en rituals, koffie, troostberen. Zij die kunnen praten vertellen wat zij weten. Zij die dat niet kunnen, ruiken aan de rituals, voelen aan de beer of proberen zich snel haar foto toe te eigenen.

We leggen met elkaar herinneringssteentjes bij de foto. Ieder met zijn eigen wens of herinnering. Wie dat wil kan wat zeggen en sommigen wensen Roos een goeie reis. En dan is het tijd om Roos erbij te gaan halen. Haar kist wordt in het midden gezet. We luisteren naar Jan Smit en de emoties lopen op. Iedereen beseft dat het echte afscheid gaat komen. Gelukkig heeft iedere bewoner, door de grote opkomst, een begeleider aan zijn zijde waar hij op kan steunen. We zetten alle kaarsjes, steentjes, knutsels, knuffels en foto’s op de kist. Ook leggen we allemaal een roos bij Roos.

Rozenblaadjes

De familie loopt met de Roos en de uitvaartleider naar buiten. Wij lopen allemaal mee tot op de balustrade. Daar wachten wij. Roos gaat de auto in en als deze zachtjes in beweging komt, pakken wij mandjes met wel honderden rozenblaadjes. De familie loopt stapvoets achter de auto aan. Onder onze balustrade blijft de auto staan. We strooien rozenblaadjes. Uit de speakers galmen Elly en Rikkert over het terrein met ‘De laatste reis’:

Ik hou je vast, ik hou je vast, mijn armen om je heen.
En ik laat je los, ik laat je los, voor het laatste stuk alleen.

We roepen wat we roepen willen. Van ‘goeie reis Roos’, ‘we gaan je missen Roos’ tot ‘bedankt lieve Roos!!!!’ We zwaaien tot je uit het zicht bent. Ik staar nog wat in de verte. Een klam warm handje pakt de mijne. “Oeka!” roept ze hard, met een grijns van oor tot oor. Ze wijst richting de keuken. Ja, inderdaad lieverd, tijd voor koffie. Als ik mij omdraai een hand op mijn been. Ik kijk in de rolstoel naast mij naar een betraand gezicht met een ondeugende glimlach. “En gebak he Mirjam?”
“Jazeker. Hoppa , taartjes eten en koffie drinken jongens.”

We lopen naar binnen. Ik voel hem. De brok in mijn keel. De knoop in mijn maag. Maar daarnaast een hoofd en een hart gevuld met mooie herinneringen aan een nog mooier mens.

 

Over de auteur

Mirjam Nelemaat is coördinerend begeleider op locatie Kerkelanden in Vinkeveen. De familie van Rosalie heeft toestemming gegeven om dit verhaal met haar naam te publiceren.

Meer over rouw en verlies bij Amerpoort.